Een stukje historie.

                                                                                                                                                                                                                   08-05-2008

Hoe ik tot de hobby ’vogels houden’ gekomen ben.

Op mijn zesde verjaardag kreeg ik van een verzekeringsman een gele man kanarie cadeau

met kooi.  Al gauw kreeg mijn vader en mijn zwager plezier in het vogeltje en gingen                       

op onder zoek bij kwekers. En vanaf dat moment waren wij besmet met het vogelvirus..

Er werd een prachtig vogelverblijf gebouwd met 15 broedkooien, een grote vliegruimte

en een buitenvlucht. Door de contacten met verschillende kwekers werd mijn vader lid van

de net opgerichte “ Vereniging van Vogelvrienden voor Aalsmeer e.o.”

Ik werd jeugdlid van deze vereniging, die was aangesloten bij de NBvv.

Mijn vader kweekte oranjerode kanaries intensief, schimmel en zalm:  maar ook

Roodmosaik. Destijds waren er alleen maar poppen.

Ik had een paar vogeltjes, strogeel en citroengeel, en daar kweekte ik ook mee.

Mijn vader heeft 3 jaar meegedaan aan de T.T. en is daar ook kampioen geweest.

Als jeugdlid werd ik kampioen gele kanaries.

De eerste rode kanaries werden uit Brabant gehaald en later werden er ook roodagaat en

roodisabel kanaries aangeschaft bij een kweker uit Lisse.

Mijn vader heeft ook met de district T.T. in Artis meegedaan, maar dat liep fout af.

De zaal werd verwarmd met een kolenkachel:  door de kolendamp kwamen er een hoop vogeltjes om het leven.

In die tijd maakten wij het eivoer zelf met een hardgekookt ei, zandkoekjes, beschuit en een paar druppels vitamine. Dat was alles.

Het kanarievoer werd in Amsterdam bij een vogelwinkel op de Albert-Cuyp  gehaald.

Maar door het drukke leven van mijn ouders was de hobby gauw over.

Maar de liefde voor de vogels bleef. Zo kon ik altijd naar een kennis en deze man had een

kweekruimte en een buitenvolière vol met tropische vogels. Daar heb ik een hoop geleerd.

 

Toen ik 20 jaar was kreeg ik verkering met mijn huidige vrouw Thea en dat trof ik.

Zij was namelijk een groot dierenliefhebber. Het eerste stelletje vogels werd al gauw aangeschaft. Een koppel Zebravinken in een kanariekooitje. Maar na een paar weken vond

haar vader de kooi wel wat klein. Ik mocht van hem een kleine volière bouwen achter in de tuin.      

De herstart van de hobby was een feit.

 

In 1969 ben ik lid geworden van de vogelvereniging de “Meervogels”. Deze vereniging  was ook aangesloten bij de NBvv.

Daar ben ik 3 jaar lid geweest en daar had ik ook mijn oude kweeknummer terug.

Thea verzorgde de vogels, ik maakte ze alleen  schoon.

Vanaf 1974 heb ik een gezelschapvolière gehad met verschillende tropische vogels en kanaries.

 

In 1991 kreeg ik meer tijd en ben toen gerichter gaan kweken. En dat is te zien op de pagina:  mijn ervaring met Gouldamadine en Zebravinken.

                                                                                                                                                                                                         Terug naar de website