In gezonden Stukjes. Koudkweek en Koloniebroed. 18-05-2008.
Omdat ik zelf
geen ervaring heb met dit soort van kweken,
laat ik dat aan andere hobbyisten over. Bij voorbaat dank!
Rob en Jennie van Lingen, Zaandijk
Mijn vrouw en ik zijn in 2005 begonnen met het bouwen van een
volière in de tuin van (2.50m bij 1.60m en 2.00 hoog) en ook in de
schuur een nachthok van 0.50m bij 2.00m en hoog 1.50 met
verlichting (deze volière is inmiddels vergroot).
Nadat wij lid geworden zijn van diverse vogelverenigingen, hebben
wij diverse vogels aangeschaft waaronder: Zebravinken, Bicheno-
astrilde, Binsen-astrilde, Spitsstaart-Amadine, Blauwfazantjes en
Gouldamadine. Maar voorkeur van mijn vrouw en ik ging
uit naar de Gouldamadine.
Dus nog een paar koppels aangeschaft. Natuurlijk bleek dat de
|
volière te klein was, en een stuk van 2.00 bij 1.60 bijgebouwd. In de |
8 jongen, 2 moeders en 1 vader. |
buiten volière hebben we beplanting en op de grond hebben we
stenen potjes. In een van die stenen potjes had een koppel Gouldamadine ZK/WB een nest gebouwd, wat we
pas ontdekten toen de jongen uitvlogen, dus niet geringd: het waren 4 poppen. Eind 2005 zijn we lid geworden
van de Speciaal Gouldamadine Club Nederland.
In het voorjaar van 2006 hebben wij nestkastjes gehangen in de volière. In één van de nest-kastjes had een
Gould’s RK/PB man met 2 poppen ZK/WB en een ZW/PB één nest gemaakt, samen 12 eieren gelegd en 8
uitgekomen. 4 vogels hebben het overleefd. Waarvan 2 poppen een ZW/PB en RK/PB, in Heemskerk allebei de
1ste prijs hebben gewonnen. ( ringnummers 9NTF/8 en 9NTF/9 )
Inmiddels hadden wij in 2006 een bijeenkomst meegemaakt in Regio I van de Speciaal Gouldamadine Club. Daar
ontmoeten wij Leo Koopman, de voorzitter van Regio 1.
Die heeft ons de raad gegeven om een tafelkeuring bij te wonen.
Mijn vrouw heeft Leo Koopman diverse keren om advies gevraagd en natuurlijk gekregen.
Voor de tafelkeuring hadden we 2 poppen meegenomen, ZW/PB en RK/PB, en die kregen toen 89 punten.
En zo besloten we om mee te doen aan tentoonstellingen.
Wij zijn nu overgestapt naar het systeem van kweken per koppel in broed kooien en dat bevalt goed.
Groeten Rob en Jennie van Lingen.
|
|
E E N S |
GOULD’s , DIAMANTVINK en SPITSSTAART. |
EEN LEUK EN LEERZAAM INGEZONDEN STUK. Door Wil van Zon.
HOUDEN VAN GOULDS IN DE
BUITENVOLIERE.(koudkweek) 19-06-2008.
Mag ik mij even voorstellen, mijn naam is Wil van Zon.
Als kind ben ik opgegroeid met honden, katten, duiven, kanaries en zelfs een geitje.
Dus ben ik gek met dieren. Toen we in 1991 naar het midden van het land verhuisden en een huis
met een grote tuin kregen, kon ik mij volop aan mijn hobby’s wijden. De tuin en fuchsia’s, krielkippen
en in huis altijd een tamme grasparkiet.
In ’94 vroeg mijn broer die een waterslager kanariekweker is of ik zijn Gouldamadines wilde hebben
omdat zij hem bij de kanariekweek in de weg zaten.
Zo ben ik met 13 Goulds begonnen. Op het terras werd een kleine volière met een geïsoleerd binnenhok
met als verwarming een volière kacheltje (vorstbegrenzer) gebouwd.
Dat ging goed. De vogels hadden het naar hun zin en gingen zelfs broeden.
Men vertelde mij dat ik beter in de winter binnen kon broeden met de vogels.
Dus er werden broedkooien gemaakt met speciale verlichting en zelfs een luchtreiniger.
Tot onze grote schrik gingen de vogels bol zitten, gingen niezen en waren benauwd.
De dierenarts schreef anti luchtpijpmijt voor en antibiotica, maar de een na de ander ging dood.
De enige oplossing was de overgebleven vogels maar weer in de buitenvolière te doen.
En inderdaad, ze knapten weer op. Waarschijnlijk was er binnen niet voldoende ventilatie.
Wel het raam op een kier, maar dat was niet genoeg. En stress kan een rol gespeeld hebben.
Het binnenbroeden was voor mij voortaan taboe.
Het binnenhok en de volière zijn nu behoorlijk uitgebreid en ik heb zelfs de helft van de schuur gekregen,
waar een onverwarmd binnenhok in is gemaakt. Het binnenhok op het terras is in de winter
verwarmd op 12 graden. Hiertussen een volière van ongeveer 10 x 3 meter.
Het plezier in het houden van vogels is voor mij, dat zij zo gelukkig en gezond mogelijk zijn.
Mooi is het om te zien hoe ze allemaal tegelijk gaan baden en het sociale gedrag te observeren.
Voor buitenkwekers is het met de vogels naar een tentoonstelling gaan geen prioriteit. Wel neem ik,
wanneer er een tafelkeuring is meestal een paar vogels mee, waar ze het er niet slecht van afbrengen.
Maar dan zijn ze maar een paar uur uit hun vertrouwde omgeving.
De verzorging van de vogels.
Als verlichting een daglicht TL buis en een gloeilamp van 30 watt. Met een regelaar van de Fa. Dijks.
In Dongen gaat de TL ’s avonds uit en gaat de gloeilamp branden.
Na een half uur is de gloeilamp gedimd tot nachtverlichting. Dit is 20.30 uur,.
De volgende ochtend om 7.30 gaat dit in omgekeerde volgorde.
Verwarming in 1 binnenhok met een vorstbegrenzer. Het wordt hier maximaal 12 graden.
De vogels kunnen zelf kiezen waar ze overnachten. Ze mogen ook buiten blijven.
Een paar jaar geleden joeg ik ze tegen de schemering naar binnen; dat doe ik niet meer.
In de winter blijven er zelfs een paar buiten in de coniferen overnachten.
Maar de meesten zoeken vooral bij koud weer het verwarmde gedeelte op.
Als bodembedekking in de binnenhokken Aubiose, dat is een gemalen hennepsteel wat ook
in paardenstallen gebruikt wordt. Dit is gewassen en stofvrij gemaakt.
Het bevalt prima omdat het vooral in de winter de binnenhokken droog houdt.
De stokken binnen zijn ong.
Beslist geen bamboe, dit is te glad en splijt wanneer het uitdroogt.
Hierdoor kunnen de vogels met hun tenen vast komen te zitten, met vervelende gevolgen.
Door het gebruik van natuurlijke takken slijten ook de nagels vanzelf af.
In de volière gewoon zwarte grond, wat ik regelmatig aanvul met bosgrond.
In de sluis staan een paar slippers die ik gebruik om de volière in te lopen.
Dit om te voorkomen dat er ziekten van buiten onder de schoenen meegenomen worden..
Iedere dag wordt de ontlasting onder de stokken in de binnenhokken weggehaald,
En stokken schoongemaakt. In de buitenvolière 1 x per week.
Iedere dag vers drinkwater in schone flessen. Ik hang wanneer het niet vriest ook buiten een fles op.
Het zaad wordt verstrekt in voedersilo’s, waar 5 verschillende soorten voer in kan.
Ook worden er tijdens het broedseizoen bakjes buiten opgehangen.
Dit kunt U ook het beste doen wanneer U nieuwe vogels heeft aangeschaft.
Wanneer ze niet gelijk de weg naar binnen vinden verhongeren ze niet.
Ook de jonge vogels zijn hierdoor sneller zelfstandig.
In de broedperiode iedere dag voldoende eivoer. Ook in de winter krijgen ze eivoer, maar minder.
Het zaad wat ik geef is v. Himbergen 204 voor prachtvinken. v. Himbergen garandeert altijd een
constante samenstelling. De vogels eten dit erg goed, er is geen kafmolen meer nodig.
Verder krijgen ze Wildzangzaad, Japanse millet, trosgierst, gekiemd zaad.
Kijk uit met gekiemd zaad, wanneer er jongen zijn; dit kan tot gistvorming in de krop leiden,
waardoor de krop opblaast als een ballon en de jongen sterven.
Zie voor het gebruik van kiemzaad het artikel wat ik uit de Versele Laga folder heb gehaald.
Een tip; voor het weken van zaad kunt U i.p.v. een zeef ook een nylonkous gebruiken.
Oestergrit, eierschalen gekookt of 3 minuten in de magnetron. sepia, mineraalblokje
Er worden ook blokjes klei verkocht voor de vogels waar ze gek op zijn.
1 x per week multivitamine, 1x een in warm water opgeloste eetlepel imkerhoning op 1 liter water.
En 1x een fijn geperst teentje knoflook in het drinkwater.
Een goed eivoer. Zelf maak ik het eivoer met gedroogd en gemalen wit brood, hardgekookt ei.
En verschillende toevoegingen, zoals Aves opfok, biergistpoeder, gemalen stuifmeelkorrels,
pinky’s en Buffalo wormpjes (diepvries) en 1/3 gedeelte kant en klaar eivoer voor exoten.
U kunt ook een kant en klaar eivoer voor prachtvinken (exoten) van de Fa. Orlux of CeDe kopen.
Het beste is om eivoer rul aan de vogels te verstrekken.
Rusk of opfokkorrels van Succes wat in water geweld wordt is hier zeer geschikt voor.
Groenvoer zoals vogelmuur, paardensla, groen geworden lof, in de lengte doorgesneden komkommer,
broccoli even fijnmalen, zaden van brandnetel. Halfrijpe en rijpe grassen die ik op open plekken pluk.
Fruit, appel, kiwi, mandarijn.
Het broeden in de volière (koloniebroed).
Zodra de vogels helemaal door de rui zijn, meestal is dat pas eind mei, hang ik de genummerde
nestkastjes op. Deze zijn goed schoongemaakt en behandeld met Halamit tegen schimmels,
en ingespoten met een middel tegen parasieten. Het nestmateriaal is gebleekte en gewassen
kokosvezel en gedroogd lang gras. Het gras doe ik in een plastic zak 1 minuut in de magnetron.
Dit om alle ongedierte wat er nog in zit te doden. Kijk uit dat het niet gaat schroeien in de magnetron.
Uit de magnetron even laten drogen.
Van de kokosvezel en het gras maak ik een rond nestje in het nestkastje.
De vogels maken het nest verder af met kokosvezel en gras wat ik in behoorlijke hoeveelheden
in de volière gooi. Met koloniebroed zoeken de vogels hun eigen partner,
Dus U moet zorgen dat U steeds vogels ruilt of koopt om geen inteelt te krijgen.
Het is goed wat meer mannen te hebben zodat de poppen hun keuze kunnen maken.
De reeds gevormde paartjes blijven elkaar meestal trouw, tenzij een van de partners niet in goede
conditie is. Dan kan het zijn dat een andere partner gekozen wordt.
Wanneer de eieren gelegd zijn is het wachten tot de jongen na 14 tot 15 dagen uitkomen.
Zelf controleer ik iedere dag de nesten. Ze zijn dit zo gewend, dat zij het nest niet meer verlaten
wanneer ik kijk. Soms moet ik ze zelfs opzij duwen. Ook wanneer er jongen zijn kijk ik regelmatig.
Dit om eventueel dode jongen te verwijderen.
Na 7 tot 10 dagen laten sommige vogels de jongen ’s nachts alleen.
Later in het seizoen kunnen hierdoor problemen optreden wanneer de nachttemperatuur te laag is.
Wanneer er 5 of 6 jongen in het nestje liggen houden ze elkaar wel warm, maar met 2 jongen
kan het ’s nachts te koud zijn.
Ik haal dan of het nestkastje naar binnen of leg de 1 of 2 jongen bij een ander nestje.
Wel de andere morgen zodra het licht is alles weer terug brengen in de oude situatie.
Ik voorzie van te voren de jongen die ik over leg van een kleurringetje.
U kunt beter tijdig stoppen met het broeden, zodat U hier geen last van heeft.
Na
Het kan zijn dat er een achterblijvertje in het nest zit.
Dit kan gebeuren omdat de eieren niet allemaal tegelijk uitkomen.
Wanneer U een nestje heeft dat iets jonger is kunt U het jong er zonder bezwaar bij leggen.
De gastouders accepteren het jong en brengen het groot. Een aantal dagen warmte kan wonderen doen.
Wanneer er 1 jong in een nestje ligt raad ik aan om dit jong (voorzien van een kleurringetje)
ook over te leggen bij een ander nestje. Meestal mislukt een nestje met 1 jong.
Het kan gebeuren dat de oudere jongen de volgende nesten wat verstoren.
Het prettige
is dat, wanneer de ouders ’s
in de nestkastjes overnachten en zo de kleintjes warm houden. Het probleem is dat sommige denken
“hier zitten we goed, lekker warm en we worden gevoerd, ik blijf lekker zitten”.
Wat weer ten koste gaat van het voeren van de kleintjes.
Wanneer U de mogelijkheid heeft de jongen van de ouders te scheiden, nadat zij volkomen
zelfstandig zijn is dat natuurlijk makkelijker. Maar dan wel in een buitenvolière zodat zij zich goed
kunnen ontwikkelen en met wat oudere mannen. De jonge mannen zitten graag naast de volwassen
mannen om de zang te leren. Na de broedperiode kunnen alle vogels weer bij elkaar.
Half september stop ik met de broed.
Dan haal ik bij de nieuwe nestjes de eieren weg en leg er onbevruchte (na een week in de koelkast)
voor terug. Voorzien van een merkje.
Er is kans dat de vogels er weer eieren bij leggen, die dan verwijderen.
Zodra alle jongen zijn uitgevlogen haal ik de nestkastjes weg.
U ziet koloniebroed is niet de makkelijkste manier van vogels kweken,
maar voor vogels in gevangenschap wel de meest natuurlijke.
Zij hebben het in ieder geval naar hun zin, anders zou het niet zo goed gaan.
Ga altijd rustig met de vogels om, en maak geen onverwachte bewegingen.
Wanneer U veel tijd bij ze door brengt kunnen ze vrij tam worden. Altijd dezelfde kleur kleding dragen
in de volière is niet nodig. Ik praat tegen ze, dan wennen ze vanzelf aan je.
Bij een tafelkeuring waren mijn vogels erg rustig terwijl ik ze een paar uur daarvoor uit de volière
had gehaald. De keurmeester maakte een opmerking dat hij kon zien hoe ik met mijn vogels om ga.
Dat was leuk om te horen
Problemen.
Katten kunnen een probleem zijn. Wanneer er overdag een kat bij de volière zit is het niet zo erg.
Dan kunnen de vogels wanneer ze schrikken de weg in de kooi wel weer vinden.
’s Nachts is het erger, dan kunnen ze zich dood vliegen.
U kunt het beste een tuinlamp buiten de volière aanbrengen, en goede beplanting zoals coniferen
aan de achterzijde in de volière. De vogels zullen niet zo snel uit hun schuilplaats komen.
In ieder geval heeft het mij heel wat nachtrust gescheeld.
Ook roofvogels zoals de sperwer zien we regelmatig bij de volière.
Heksenbollen (grote glimmende ballen) op stokken , mislukte CD/Dvd’s aan een touwtje op een stokje
vastgebonden of neproofvogels kunnen de roofvogels laten schrikken.
In de buitenvolière zijn vogels vatbaar voor luchtpijpmijt.
Je kunt dit vaststellen doordat de vogels wat bol zitten, niezen en het benauwd krijgen.
Wanneer je een vogel uitvangt en hem tegen je oor houdt hoor je hem raspen.
Het middel hiertegen is Anti Luchtpijpmijt van Bogena.
Dit moet op de kale huid in de nek gedruppeld worden. (zie gebruiksaanwijzing).
Het middel dringt door de kale huid in de bloedbaan.
Haal wel na het druppelen het bad/drinkwater een half uur weg.
De vogels voelen zich vies en willen baden. Wanneer ze van dit water drinken gaan ze dood.
Regelmatig knoflook in het water kan luchtpijpmijt helpen voorkomen.
Heeft U nog vragen, U kunt mij altijd bellen of mailen.
Met vriendelijke groeten Tel.: 0343-481818
Wil van Zon. e-mail: wvanzon@telfort.nl of: kvvv@kvvv.nl .
Wil bedankt voor de moeite.
Hier kan jouw stukje staan!!